Ministerie van Justitie

U bent hier:Home

Verruiming mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven

Met deze wet is voor het inzetten van bijzondere opsporingsmethoden – zoals observatie, infiltratie, pseudo-koop en de telefoontap – niet langer een redelijk vermoeden van een strafbaar feit nodig.

Aanwijzingen dat een terroristische aanslag wordt voorbereid, zijn voldoende voor het inzetten van bijzondere opsporingsmogelijkheden. Van dergelijke aanwijzingen is sprake, als feiten en omstandigheden duiden op de voorbereiding van een aanslag. 

De rechter-commissaris moet toestemming geven voor het tappen van telefoons, de officier van justitie voor het gebruik van andere bijzondere opsporingsmethoden. Daarnaast mag de officier van justitie in bepaalde gebieden personen preventief laten fouilleren en voertuigen en voorwerpen laten onderzoeken. 

Deze wet kent verder meer bevoegdheden toe, om in een verkennend onderzoek informatie te verzamelen over groepen van personen waarbinnen mogelijk een aanslag wordt beraamd. Ook kunnen bij een terroristische dreiging verdachten eerder in bewaring worden genomen, dan nu nog het geval is. Niet langer zijn bij een verdenking van een terroristisch misdrijf ernstige bezwaren vereist; een redelijk vermoeden van schuld is in de toekomst voldoende. 

Tenslotte maakt deze wet het mogelijk dat volledige inzage van processtukken van een terroristisch misdrijf wordt uitgesteld, als voortijdige openbaarmaking de voorbereiding van de zaak tegen een verdachte bemoeilijkt, of schadelijk is voor de voorbereiding van strafzaken tegen eventuele medeverdachten. De dagvaarding van een verdachte bij een terroristisch misdrijf kan dan maximaal twee jaar worden uitgesteld. 

Meer informatie