Wet opleiding in terroristisch trainingskamp strafbaar | Nationaal Coordinator voor Terrorismebestrijding

U bent hier:Home

Wet strafbaarstelling deelnemen en meewerken aan training voor terrorisme

Iemand die deelneemt aan training voor terrorisme en in dat kader kennis opdoet of allerlei vaardigheden leert om een aanslag te (kunnen) plegen, maakt zich schuldig aan een ernstig strafbaar feit. Ook wanneer de training plaatsvindt in het buitenland en zich richt op het plegen van terroristische misdrijven in Nederland, moet daartegen strafrechtelijk kunnen worden opgetreden.

In deze wet staan uiteenlopende wijzigingen van de strafwetgeving en enkele andere wetten die het gevolg zijn van reeds eerder aangekondigde maatregelen, of door de Tweede Kamer aangenomen moties. Het kabinet komt met deze wets verscheidene aan de Tweede Kamer gedane toezeggingen na. Er is rekening gehouden met internationale ontwikkelingen en wensen vanuit de rechtspraktijk. 

Ook het geven van training voor terrorisme wordt strafbaar gesteld. Deze wet heeft een internationale achtergrond. Het hangt samen met artikel 7 van het in mei 2005 te Warschau totstandgekomen Europees Verdrag ter voorkoming van terrorisme dat de verdragspartijen verplicht ‘training voor terrorisme’ in hun nationale wetgeving strafbaar te stellen. Zowel voor het deelnemen als het meewerken aan training voor terrorisme geldt een maximale gevangenisstraf van acht jaar. Beide wijzigingen zijn van belang voor de bestrijding van terrorisme, waarin het voorkomen van aanslagen centraal staat. 

Verder worden in deze wet de mogelijkheden uitgebreid om personen als bijkomende straf voor bepaalde duur uit hun beroep te zetten als zij dat beroep misbruiken door op te ruien of aan te zetten tot haat of geweld, het beledigen van een groep mensen of het rekruteren voor gewelddadige strijd. Het is van groot belang dat juist personen die een gezaghebbend beroep uitoefenen in onze samenleving en daarbij veel invloed hebben op mensen, op een rechtmatige wijze met hun verantwoordelijkheid omgaan. Zij moeten zich daarbij zeker onthouden van strafwaardige uitlatingen. Ontzetting uit het beroep kan door de rechter als bijkomende straf worden opgelegd zowel bij een recidivist als een ‘first offender’. 

De verruiming van de strafrechtelijke ontzetting uit het beroep geldt ook voor de financieel-economische sfeer. Bestaande mogelijkheden om een veroordeelde te ontzetten uit zijn beroep, worden verruimd met een aantal financieel-economische misdrijven. Ook voor bestuurders van rechtspersonen geldt dat zij op rechtmatige wijze met hun verantwoordelijkheden om dienen te gaan. Financieel-economische criminaliteit zorgt voor forse maatschappelijke schade en ondermijnt het noodzakelijke vertrouwen in het handelsverkeer. De verruiming van de mogelijkheid om als sanctie bij delicten van financieel-economische aard een strafrechtelijke ontzetting uit het beroep op te kunnen leggen, is om die reden gewenst. De uitbreiding betreft onder meer gevallen als het niet geven van inlichtingen bij faillissement, valsheid in geschrifte en benadeling van schuldeisers of rechthebbenden. 

Meer informatie