U bent hier:Home Onderwerpen Wat is terrorisme? Radicalisering en recrutering
Niemand wordt als terrorist geboren. Iemand die terroristische daden wil plegen, ‘groeit’ of ‘ontwikkelt’ zich daar naartoe. Aan daadwerkelijk terrorisme gaan twee belangrijke processen vooraf: radicaliserings- en rekruteringsprocessen.
Een radicaliseringsproces is een proces in de sociale sfeer. Een rekruteringsproces is een vorm van ‘sturing’ die daarop inhaakt, en de radicalisering beoogt te ontwikkelen in een gewelddadige richting. Om terrorisme goed te kunnen bestrijden, is het daarom van belang de verschillende processen niet los van elkaar te zien. Maar ze in hun onderlinge samenhang te benaderen.
Het tijdig onderkennen, voorkomen, isoleren of indammen van radicalisering en rekrutering zijn belangrijk om terrorisme duurzaam te bestrijden. Dat betekent niet alleen actie ondernemen in de laatste repressieve fase van radicaliserings- en rekruteringsprocessen, maar proberen de processen zo vroeg mogelijk te onderkennen en te verstoren.
Radicalisme wordt hier opgevat als:
"Het (actief) nastreven en/of ondersteunen van diep ingrijpende veranderingen in de samenleving, die een gevaar kunnen opleveren voor (het voortbestaan van) de democratische rechtsorde (doel), eventueel met het hanteren van ondemocratische methodes (middel), die afbreuk kunnen doen aan het functioneren van de democratische rechtsorde (effect)."
Deze definitie is ontleend aan het rapport "Van Dawa tot Jihad" van de AIVD.
Voor de NCTb zijn radicaliseringsprocessen relevant, voorzover zij het risico in zich dragen uit te monden in terroristische activiteiten. Het gaat hierbij om twee processen. Ten eerste zijn er de radicaliseringsprocessen waaruit een directe dreiging voortvloeit voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde. Bijvoorbeeld pogingen van gewelddadige jihadisten, zoals de aanhangers van de Takfir wal Hijra-ideologie, om jongeren te radicaliseren en voor hun zaak te rekruteren.
Ten tweede gaat het om radicaliseringsprocessen waar geen directe dreiging van uitgaat voor de democratische rechtsorde. Het gaat hierbij om zendingsachtige dawa-gerichte groeperingen, waaronder de salafisten en moslimbroeders, die kiezen voor een langetermijnstrategie van continue beïnvloeding vanuit extreem-puriteinse, intolerante en sterk anti-westerse denkkaders. Zij prediken een extreme afzijdigheid van de westerse samenleving, propageren vaak onverdraagzaamheid ten aanzien van andere groepen en de omringende samenleving en zetten aan tot het (heimelijk) uitbouwen van parallelle samenlevingsstructuren.
Bovengenoemde processen kunnen elkaar overlappen. De op dawa gerichte groepen voelen veelal een ideologische verwantschap met de gewelddadige jihadisten. Vanuit deze verwantschap kunnen zij ertoe overgaan om rekruteringsactiviteiten van gewelddadige jihadisten in hun moskeeën expliciet of impliciet toe te staan. Ook bestaat het risico dat genoemde dawa-activiteiten voor sommige individuen de opstap vormen tot een verdere radicalisering in de richting van het jihadisme.